|
Er zijn altijd wel standaard vragen tijdens een sollicitatiegesprek die bijna altijd wel gevraagt worden. Wij hebben deze vragen allemaal bij elkaar gezet in 3 handige bestandjes, deze kunt u hieronder kostenloos downloaden! ( even erop klikken) Ook hebben wij een handig formulier online gezet waarop u de moeilijke vragen kunt noteren!
Standaardvragen sollicitatiegesprek 1
Standaard vragen sollicitatiegesprek deel 2
Vragen die soms gesteld worden
Hulplijst lastige vragen (even opslaan als )
Checklist sollicitatiegesprek :
Heeft u aan alles gedacht, antwoorden op alle vragen? weet u hoe u zich moet gedragen? wat u moet zeggen? Als dit nog niet helemaal het geval is, of als u nog niet zeker bent, hebben wij voor u een checklist met dingen die u niet moet vergeten. U kunt ze dan aankruisen als u denkt dat u ze beheerst.
Checklist voor het sollicitatiegesprek (even op klikken)
Gesprekstechnieken
Tijdens het sollicitatiegesprek stelt de werkgever vragen op verschillende manieren. Het gaat niet alleen om het antwoord, maar ook om de manier waarop u reageert. Meestal krijgt u gewone vragen en moet u voorbeelden geven van werkzaamheden die u goed hebt aangepakt. Moet u voor de baan stressbestendig zijn of goed kunnen omgaan met moeilijke situaties, dan test de werkgever in het ge
Open vragen
Open vragen zijn bedoeld om u aan het praten te krijgen. Ze beginnen met 'wat', 'hoe' of 'waarom'.
Voorbeeld
Waarom wilt u voor deze organisatie werken? Hoe hebt u ervoor gezorgd dat die boze klant toch tevreden naar huis ging?
Gesloten vragen
Deze vragen kunnen met ja of nee worden beantwoord. Toch is het goed om een toelichting te geven. Daarmee laat u zien dat u begrijpt wat de werkgever belangrijk vindt.
Voorbeeld
Begrijpt u wat de baan inhoudt? Antwoord: Ja, u hebt mij een goed beeld gegeven. De belangrijkste werkzaamheden zijn…
Suggestieve vragen
Dit soort vragen is bedoeld om u uit de tent te lokken. Ze worden zo gesteld dat het antwoord eigenlijk al in de vraag zit.
Voorbeeld
Bent u niet erg vaak van baan gewisseld?
Ga uzelf niet verdedigen, maar blijf positief. Een antwoord op deze vraag is bijvoorbeeld: Ik heb voor verschillende bedrijven gewerkt. Zo heb ik veel ervaring opgedaan met verschillende werksituaties waardoor ik flexibel ben geworden.
Suggestieve vragen geven vaak aan welk antwoord de vragensteller wil horen. Maak daar gebruik van. Bijvoorbeeld: U hebt er toch geen bezwaar tegen om buiten kantooruren te werken? Antwoord: Natuurlijk ben ik bereid om buiten kantooruren te werken…
Gedragsgerichte vragen
Deze vragen gaan over uw gedrag in een bepaalde situatie. Ze zijn bedoeld om te kijken hoe u zaken in het verleden hebt aangepakt. De vragensteller gaat ervan uit dat u in de nieuwe baan op dezelfde manier zult handelen.
Voorbeeld
Ik lees in uw CV dat u presentaties hebt gegeven. Hoe pakt u dat aan?
Vertel over een succesvolle presentatie die u in het verleden hebt gehouden. Beschrijf de voorbereiding, hoe de presentatie zelf ging, hoeveel mensen aanwezig waren, waarom zij tevreden waren en wat het resultaat was. Bijvoorbeeld dat dankzij uw presentatie het bedrijf een nieuwe klant kreeg of dat een nieuwe werkwijze werd ingevoerd.
Keuzevragen
Bij keuzevragen wil de vragensteller dat u kiest uit meerdere zaken. Deze vragen zijn bedoeld om duidelijk te krijgen wat u wilt.
Voorbeeld
Gaat uw voorkeur uit naar een functie in de binnendienst of in de buitendienst? U kunt deze techniek zelf ook gebruiken als u informatie wilt van de werkgever.
Voorbeeld
U wilt weten of u bij het bedrijf kunt meedenken over beleidszaken. U vraagt: Verwacht u van uw medewerkers dat ze meedenken over beleid of dat ze alleen uitvoeren?
Vragen over praktijksituaties
U krijgt een praktijksituatie of een probleem met de vraag: wat zou u doen? Het is de bedoeling dat u hardop nadenkt en uw gedachten uitspreekt terwijl u een oplossing bedenkt. De vragensteller wil namelijk weten hoe u denkt, handelt en zaken oplost. Probeer uit te gaan van een situatie die u hebt meegemaakt. Dat komt overtuigend over.
Voorbeeld
Stel, het is vreselijk druk en een goede klant komt met een spoedopdracht. Als u die spoedopdracht voorrang geeft, weet u dat andere klanten gaan klagen. Maar de spoedopdracht is van een klant die in de toekomst wel eens grote orders kan gaan plaatsen. Wat doet u?
Moeilijke momenten
Soms stelt een werkgever lastige vragen om te zien hoe u reageert. Blijf altijd rustig en vriendelijk. Hebt u een goede reden om een vraag niet te beantwoorden, leg dan duidelijk uit waarom u geen antwoord geeft.
Stressvragen
Tijdens een stressgesprek krijgt u veel vragen snel achter elkaar. Laat u niet in de verdediging drukken. Raak niet in paniek, maar maak uw antwoorden rustig één voor één af. Als de vragensteller u onderbreekt, schrijf dan de opmerkingen op die u later nog wilt maken.
Herhalingsvragen
Als uw gesprekspartner vindt dat u een vraag niet voldoende hebt beantwoord, kan hij de vraag later nog een keer stellen. Het idee is dat u dan meer op uw gemak bent en de vraag wel kunt beantwoorden. Geef een antwoord dat past bij het antwoord dat u eerder gaf. Als u nu iets heel anders zegt, komt dat vreemd over.
Strikvragen
Een strikvraag is bedoeld om u dingen te laten zeggen die u eigenlijk niet wilt vertellen. U vertelt bijvoorbeeld dat u geen vaste baan had omdat u freelance werkte. Als uw gesprekspartner dat niet gelooft, kan hij later een vraag stellen over uw inkomen in die tijd. Was u toen werkloos, dan is het moeilijk die vraag te beantwoorden. Zorg daarom dat u tijdens de voorbereiding over zulke vragen nadenkt.
Vragen naar waarden en gevoelens
Deze vragen zijn bedoeld om uw persoonlijkheid te leren kennen. Beantwoord de vraag kort en met de functie in het achterhoofd. Uw gesprekspartner kan er immers heel anders over denken.
Stiltes
Soms laat de gesprekspartner een stilte vallen om te kijken hoe u reageert. Blijf rustig en begin niet meteen te praten. Zo laat u zien dat u niet bang bent voor een stilte. Als het lang duurt, kunt u het gesprek weer beginnen. Vraag dan bijvoorbeeld of uw gesprekspartner meer wil weten over het laatste antwoord dat u gaf.
Onbeleefde vragen
U hoeft geen antwoord te geven op vragen die niets te maken hebben met het doel van het sollicitatiegesprek. Soms krijgt u zo’n vraag. De werkgever wil testen of u zakelijk kunt blijven en grenzen kunt stellen. Vraag wat de vraag te maken heeft met de functie. Zo hebt u de tijd een geschikt antwoord te bedenken als er wel een goede reden is voor de vraag. Is er geen reden, zeg dan vriendelijk dat u de vraag daarom niet beantwoordt.
Manager: 'Bij ons gaat het er hectisch aan toe. Dus leg ik sollicitanten meteen het vuur na aan de schenen en observeer of ze zich staande weten te houden.' |
Uw sterke en zwakke punten presenteren
Bij een sollicitatie wilt u de werkgever overtuigen van uw kwaliteiten. De beste manier om dat te doen is voorbeelden geven van situaties waarin u de kwaliteit met succes hebt gebruikt. Zwakke punten kunt u positief maken. Bijvoorbeeld door te vertellen welke oplossing u hebt gevonden om met uw zwakke punt om te gaan.
Uw kwaliteiten bewijzen bij een sollicitatie
Om een werkgever te overtuigen van uw kwaliteiten, kunt u het beste met voorbeelden komen. Een succesverhaal bewijst dat u de kwaliteiten echt bezit.
Voor sommige kwaliteiten kunt u harde bewijzen geven. Zoals: u hebt als verkoper hoge verkoopcijfers behaald. Daaruit blijkt dat u een goede verkoper bent. Kan dat niet, geef dan een voorbeeld van een situatie waarin u de kwaliteit met succes hebt gebruikt:
- Noem een kwaliteit van uzelf. Bijvoorbeeld: flexibiliteit, betrouwbaarheid of kalmte.
- Vertel wat u verstaat onder deze kwaliteit. Bijvoorbeeld: flexibiliteit betekent voor mij…
- Geef een voorbeeld aan de hand van de STAR-methode.
STAR staat voor:
S = Situatie: een (werk)situatie die u hebt meegemaakt
T = Taak: beschrijf uw eigen rol of taak in die situatie
A = Actie: beschrijf op welke manier u de situatie hebt afgehandeld
R = Resultaat: beschrijf het resultaat (het succes) van de actie.
- Maak een brug naar de baan waarop u solliciteert. Bijvoorbeeld: Ook in deze functie kan ik…
U kunt situaties bedenken waaruit blijkt dat u aan de functie-eisen voldoet. Het liefst werksituaties, of anders gebeurtenissen tijdens vrijwilligerswerk of andere situaties. Schrijf op welke rol u had in de situatie. Was u projectleider, collega of medewerker? Daarna beschrijft u de actie: hoe u de situatie hebt opgelost en hoe anderen daar op reageerden. Als laatste beschrijft u het resultaat van uw actie. Was u tevreden? Waren anderen tevreden? Was het resultaat blijvend? Waaruit bleek dat?
naar boven
Zwakke punten positief maken
Werkgevers willen ook weten wat uw minder goede eigenschappen zijn. Zwakke punten kunt u op een positieve manier brengen.
Voorbeelden:
- Bedenk een positief woord voor een negatieve eigenschap. Koppig wordt dan vasthoudend. Dat is positief.
- Bedenk manieren om met uw zwakke punten om te gaan. Als u wel eens een afspraak vergeet, is dat een zwak punt. Het wordt positief als u vertelt dat u afspraken daarom altijd in uw agenda schrijft.
Kijk naar uw zwakke punten in werksituaties. Welke zijn positief te maken? Of welke manieren kunt u bedenken om daarmee om te gaan? Schrijf dit op. U hebt nu een lijst met positief gemaakte zwakke punten. Kies er een uit die u als antwoord wilt geven op de vraag 'Wat zijn uw minder goede eigenschappen?' Bedenk bij dit antwoord een praktijksituatie, een voorbeeld waarin u op een positieve manier omging met dit zwakke punt. Dit kunt u als toelichting geven tijdens het sollicitatiegesprek.
Voorbeeld
U bent vaak met tien dingen tegelijk bezig. Dat komt wel eens chaotisch over. En u kunt makkelijk dingen vergeten.
Oplossing
U lost dit op door elke morgen een lijst te maken van de dingen die u moet doen. Aan het einde van de dag controleert u de lijst en streept u de dingen door die u hebt gedaan. |